2021 no. 182

AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA

LANDSVERORDENING van 8 november 2021 tot wijziging van de Prijzen- verordening (AB 1991 no. GT 17) (invoering bestuurlijke handhaving)

Uitgegeven, 18 november 2021

De minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,

R.G. Tjon

Pagina 2 Afkondigingsblad van Aruba 2021 no. 182

IN NAAM VAN DE KONING!

DE GOUVERNEUR van Aruba,

In overweging genomen hebbende:

dat het met het oog op de belangen die de Prijzenverordening (AB 1991 no. GT 17) beoogt te beschermen, in het bijzonder die van consumenten, wense- lijk is de naleving van die landsverordening te verbeteren door middel van de

invoering van bestuurlijke handhavingsinstrumenten:;

Heeft, de Raad van Advies gehoord, met gemeen overleg der Staten, vast- gesteld onderstaande landsverordening:

Artikel | De Prijzzenverordening (AB 1991 no. GT 17) wordt als volgt gewijzigd:

A in artikel 1 komt de omschrijving van het begrip “de Minister” te luiden: minister, belast met economische aangelegenheden.

B artikel 8 wordt vernummerd tot artikel 22. C de aanduiding “Artikel 8a t/m 11 (vervallen)” vervalt. D artikel 12 vervalt.

E artikel 13 wordt vernummerd tot artikel 23.

Pagina 3 Afkondigingsblad van Aruba 2021 no. 182

F na artikel 7a worden 14 artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 8

1. Het is een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze landsverordening of van een ingevolge deze landsverordening genomen besluit enige taak vervult of heeft vervuld, verboden van gegevens of inlichtingen die ingevolge deze landsverorde- ning zijn verstrekt of verkregen, verder of anderszins gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van zijn taak of deze landsverordening wordt geëist.

2. Het eerste lid laat onverlet de verplichting om overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering van Aruba (AB 1996 no. 75) als getuige in strafzaken een verklaring af te leggen omtrent gege- vens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van zijn ingevol- ge deze landsverordening opgedragen taak.

Artikel 9

1. Ter zake van een overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, 3, tweede lid, 6, eerste lid en 7 kan de Minister een last onder dwangsom opleggen. De Minister trekt de last in, indien de overtreding niet meer ongedaan gemaakt kan worden.

2. Ter zake van een overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen de artikelen 2, 3, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 7, 7a, vijfde lid, en 8, eerste lid, kan de Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste Afl. 25.000,- per afzonderlijke overtreding.

3. Verbeurde dwangsommen en bestuurlijke boeten komen toe aan het Land.

Pagina 4 Afkondigingsblad van Aruba 2021 no. 182

Artikel 10

1. Een last onder dwangsom wordt op schrift gesteld. Aan een last on- der dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de Minister.

2. Een last onder dwangsom geldt voor een door de Minister te bepa- len termijn van ten hoogste twee jaren.

Artikel 11

1. Overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke perso- nen en rechtspersonen. Artikel 1:127, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2012 no. 24) is van overeenkomstige toepassing.

2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden re- gels gesteld voor de toepassing van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 9. Het landsbesluit bevat in ieder geval een beschrij- ving van de te volgen procedures bij de toepassing van de be- voegdheden, bedoeld in artikel 9, alsmede de grondslagen voor de vaststelling van de hoogte van de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete per overtreding of categorieën van over- tredingen.

Artikel 12

1. Indien tijdens het plegen van een overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 9, tweede lid, voor elke afzonderlijke overtreding verdubbeld.

2. In afwijking van artikel 9, tweede lid, kan de Minister de hoogte van de bestuurlijke boete vaststellen op ten hoogste twee keer het bedrag van het voordeel dat de overtreder door de overtre-

Pagina 5 Afkondigingsblad van Aruba 2021 no. 182

ding heeft verkregen indien diens voordeel groter is dan Afl. 25.000,-.

Artikel 13

1. Indien de Minister voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen, geeft hij de betrokkene daarvan kennis onder vermel- ding van de gronden waarop het voornemen berust. De Minister zendt een kopie van de kennisgeving aan het Openbaar Minis- terie.

2. De Minister stelt de betrokkene in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de bestuurlijke boete bij beschikking wordt opgelegd.

3. Indien de Minister nadat de betrokkene zijn zienswijze naar vo- ren heeft gebracht, beslist dat voor de overtreding geen bestuur- lijke boete zal worden opgelegd, wordt dit schriftelijk aan de be- trokkene medegedeeld.

Artikel 14

Degene jegens wie door de Minister een handeling is verricht, waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kon verbinden dat hem wegens een overtreding een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld, alvorens hem om in- formatie wordt gevraagd.

Artikel 15

1. De bestuurlijke boete is verschuldigd binnen zes weken na de dagtekening van de beschikking waarbij zij is opgelegd.

2. De bestuurlijke boete wordt vermeerderd met de wettelijke ren- te, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de dagtekening van

Pagina 6 Afkondigingsblad van Aruba 2021 no. 182

de beschikking zes weken zijn verstreken.

Artikel 16

1. De bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen, ver- valt:

a. indien ter zake van de overtreding een strafvervolging is in- gesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is ver- vallen ingevolge artikel 1:149 van het Wetboek van Straf- recht van Aruba (AB 2012 no. 24);

b. drie jaren na de dag waarop de niet-naleving van het voor- schrift is geconstateerd.

2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gestuit door een bekendmaking van de beschikking waarbij de bestuur- lijke boete werd opgelegd.

3. Tussen de Minister en het Openbaar Ministerie vindt periodiek overleg plaats over de geconstateerde overtredingen.

4, Het recht tot strafvervolging vervalt indien aan de betrokkene ter zake van hetzelfde feit reeds een bestuurlijke boete is opgelegd.

Artikel 17

De Minister legt geen bestuurlijke boete op, indien aan de over- treder wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel kennisgeving als bedoeld in artikel 13, derde lid, is gedaan.

Artikel 18

1. De Minister kan op verzoek van de overtreder een last onder dwangsom opheffen, de looptijd ervan voor een bepaalde ter- mijn opschorten of de dwangsom verminderen ingeval van blij- vende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de

Pagina 7 Afkondigingsblad van Aruba 2021 no. 182

overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen.

2. De Minister kan voorts op verzoek van een overtreder een last onder dwangsom opheffen, indien de beschikking een jaar van kracht is geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd.

Artikel 19

De Minister houdt aantekening van de handelingen die in het ka- der van een onderzoek, voorafgaand aan het opleggen van een bestuurlijke boete, hebben plaatsgevonden onder vermelding van de personen die die handelingen hebben verricht.

Artikel 20

1. Indien een verbeurde dwangsom of boete niet is betaald binnen de door de Minister bepaalde termijn, wordt de overtreder schrif- telijk aangemaand om binnen twee weken alsnog het bedrag van de dwangsom of de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, te betalen.

2. Bij gebreke van betaling kan door de Minister van de overtreder het bedrag en de kosten, bedoeld in het eerste lid, verhoogd met de invorderingskosten, door middel van een dwangbevel worden ingevorderd.

3. De bekendmaking van het dwangbevel geschiedt door middel van betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba (AB 2005 no. 34) en le- vert een executoriale titel op, die met toepassing van de voor- schriften van dat wetboek kan worden tenuitvoergelegd.

4, Het dwangbevel vermeldt in ieder geval:

a. aan het hoofd het woord “dwangbevel”;

b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom, vermeerderd met de verschuldigde wettelijke rente;

c. het wettelijk voorschrift waaruit de verschuldigde geldsom voortvloeit;

Pagina 8 Afkondigingsblad van Aruba 2021 no. 182

d. de kosten van de aanmaning en van het dwangbevel; e. dat het op kosten van de overtreder ten uitvoer kan worden gebracht.

5. Gedurende zes weken na de dag van betekening van het ex- ploot staat tegen het dwangbevel verzet open. Verzet wordt aanhangig gemaakt tegen de Minister bij het Gerecht in eerste aanleg en op de voor het indienen van invorderingen bepaalde wijze. Het verzet, mits tijdig en op de voorgeschreven wijze ge- daan, schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.

Artikel 21

Indien een boete ten onrechte is opgelegd, wordt de betaalde geldsom, vermeerderd met de wettelijke rente, binnen zes weken nadat onherroepelijk is vastgesteld dat de boete ten onrechte is opgelegd, aan de rechthebbende betaalbaar gesteld.

G in artikel 22 wordt na het derde lid twee leden toegevoegd, luidende:

4. Hij aan wiens schuld schending van de geheimhouding, be- doeld in artikel 8, eerste lid, te wijten is, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. Het in dit lid strafbaar gestelde feit is een misdrijf.

5. Geen vervolging wordt ingesteld dan op klacht van hem te wiens aanzien de geheimhouding is geschonden.

Pagina 9 Afkondigingsblad van Aruba 2021 no. 182

Artikel Il

Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip.

Gegeven te Oranjestad, 8 november 2021

J.A. Boekhoudt

De minister van Financiën, Economische Zaken en Cultuur, X.J. Maduro

De minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, R.G. Tjon